Contact informatie Mail: info@keessen.nl

Geschiedenis


Op 24 maart 1930 kocht  Jan Keessen uit Woubrugge, die in de Kerkstraat een motorfietshandel en een garagebedrijf had, ADWAL ((AutobusDienstonderneming Woubrugge Alphen aan den Rijn Leiden) Keessen betaalde zevenduizend gulden voor de hele zaak, inclusief de vier bussen (een Opel, een Chevrolet en twee Fords).

In 1933 adverteerde de ADWAL - die toen geëxploiteerd werd als “Keessen en Langhout” - in een gids voor Woubrugge. Daarbij beeldden zij hun toen nieuwe AS-bus af, een “reiswagen” die gebouwd was door Den Oudsten & Domburg (deze bus werd in de oorlog door de Duitsers gevorderd).

Op 15 oktober 1939, kort voor de oorlog, deden Keessen en de gebroeders Langhout hun lijndiensten over aan de NAL (eigenaar Piet Langhout) en ging het Woubrugse bedrijf als touringcarbedrijf verder.

In 1953 werd in Woubrugge een garage gebouwd, waarin vijf bussen een plaatsje konden vinden.

Tot 1968 was het touringcarbedrijf in Woubrugge gevestigd, op de plaats waar nu motorshowroom Jan Keessen een plaats heeft. Er waren echter geen uitbreidingsmogelijk­heden en Wim Keessen, die inmiddels het bedrijf van zijn vader had overgenomen.

In 1968 werd er aan de Kalovenweg in Alphen aan den Rijn een groot bedrijfspand gebouwd, met een garage voor twintig bussen.

Al snel had Keessen dertien bussen rijden, op één na allemaal van het merk Mercedes.

In 1994 ontstaat er brand en het complete bedrijf aan de Kalkovenweg in Alphen wordt hierdoor platgelegd.

In 1998 komt het bedrijf als gevolg van de brand (1994) in financiële moeilijkheden, de familie Keessen realiseert een doorstart.

In 2004 (30 juni) stopt de fam. Keessen en gaat Keessen verder onder leiding van mevr. R. Veenendaal en zo is het tot op heden gevestigd te Alphen aan den Rijn.



Verhalen van vroeger;

De heer Wim Keessen heeft eens verteld van toen de tijd dat hij vanuit Woubrugge reed. Ver voor de oorlog kreeg hij eens moeilijkheden met de Hoogmadese politieman Hein Hoogenboom (de vader van de gemeentesecretaris Hoogenboom). Hoogenboom zat Wim Keessen met een rood hoofd achterna in Woubrugge en toen hij hem “gepakt” had zei hij dat hij Keessen op de bon zou slingeren. “Dat kwam”, lacht Keessen, “omdat ik volgens hem veel te hard had gereden. Hij noemde het onverantwoordelijk. Maar al met al was ik net boven de veertig kilometer gekomen”. Ook de verschrikkelijk slechte wegen liggen hem vers in het geheugen. “Het polderbestuur dacht er niet aan om de grote gaten dicht te maken. Dat deed mijn vader besluiten om zelf met zijn personeel de Polder Vierambacht in te trekken om de straten weer goed berijdbaar te maken. Ik weet nog, dat we over de Zwetweg naar Amsterdam gingen om die polder maar te missen. Er waren kuilen waarin je jezelf bijna kon verstoppen”.